VVD stelt vragen over wettelijke verplichting van banken mee te werken aan afschrijving door CJIB bij verkeersboetes

3 feb 2010 in Schriftelijke vragen, Nieuws

Schriftelijke vragen van het lid Griffith (VVD) aan de minister van Justitie over de kennisgeving van verhaal zonder dwangbevel bij verkeersboetes. Antwoorden ontvangen op 3 februari 2010

1. Bent u bekend met de wettelijke verplichting van banken om hun medewerking te verlenen aan het CJIB wanneer er na de vervaldatum van de tweede aanmaning bij een verkeersboete nog een bedrag open staat, om die namens de officier van justitie van de rekening van de schuldenaar af laten schrijven?

Antwoord
Ja.

2. Uit welk wetsartikel vloeit voort dat banken wettelijk verplicht zijn hieraan hun medewerking te verlenen?

Antwoord
Deze verplichting vloeit voort uit artikel 27, derde lid van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

3. Deelt u de mening dat het niet mogelijk moet zijn dat het CJIB opdracht kan geven aan een bank om het verschuldigde bedrag, verhoogd met incassokosten, van een rekening kan afschrijven, alvorens de rekeninghouder hierover te informeren?

Antwoord
Zie het antwoord op vraag 5.

4. Waarom is het niet mogelijk de afschrijving door het CJIB ongedaan te laten maken?

Antwoord
Het CJIB handelt in opdracht van het OM en past in die hoedanigheid verhaal zonder dwangbevel toe op bijvoorbeeld een banktegoed. Iedere belanghebbende kan binnen 7 dagen na verstrekking door betekening van de kennisgeving in verzet gaan bij de kantonrechter. Dit verzet kan echter alleen gericht zijn op het verhaal zelf en niet op de opgelegde sanctie. De mogelijkheid om een beroepschrift in te dienen tegen de verkeersboete zelf is dan al verlopen. Die is immers gebonden aan een termijn van zes weken na verzenddatum van de initiële beslissing.

5. Deelt u de mening dat hier sprake is van een te vergaande bevoegdheid van het CJIB en dat de kennisgeving van verhaal zonder dwangbevel voorafgaand aan de opdracht aan de bank om het verschuldigde bedrag van de rekening af te schrijven aan de rekeninghouder kenbaar gemaakt dient te worden?

Antwoord vragen 3 en 5
Het CJIB handelt in opdracht van het OM en past in die hoedanigheid verhaal zonder dwangbevel toe. Dit gebeurt pas nadat de vervaldatum van de tweede aanmaning is verstreken. Ik ben van mening dat de overtreder op dat moment voldoende op de hoogte is gesteld van het verschuldigde bedrag en de consequenties van het niet betalen van de boete.

Het alternatief voor het dwangbevel zonder verhaal is het verhaal met dwangbevel. Deze maatregel wordt in de regel door de officier van justitie uitgevaardigd wanneer het dwangbevel zonder verhaal niet succesvol is gebleken. Op grond hiervan kan het verschuldigde bedrag worden verhaald op goederen, inkomsten en vermogen. Het CJIB schakelt in dat geval een gerechtsdeurwaarder in. Mede gelet op de kosten die een gang naar de deurwaarder met zich meebrengt voor de betrokkene, wordt het verhaal zonder dwangbevel gezien als de minst bezwarende wijze van verhaal.

11 januari 2009